In 1525 stelt Karel V het hoogheemraadschap Amstelland in, dat een groot deel van Amsterdam en het gebied ten zuiden van de hoofdstad moet beschermen tegen wateroverlast uit Utrecht en Rijnland.
 
In heel Amstelland zijn tegenwoordig dijken en pompen nodig om geen natte voeten te krijgen. Het gebied kent polders, droogmakerijen (uitgegraven veenpolders) en plassen. De meeste polders liggen ongeveer 2 tot 4 m onder N.A.P., de droogmakerijen soms meer dan 6 m. Alle omringende kanalen, vaarten en (veen)riviertjes hebben een waterpeil van ongeveer 0,4 m onder N.A.P. De plassen en meren hebben het peil van de polders, er zijn dus ook sluizen nodig. Overtollig water wordt geloosd via IJmuiden, naar de Noordzee.

De polder De Ronde Hoep (1200 ha) is een vrij ongerepte polder, bijna zonder doorsnijdende wegen. Het slotenpatroon is bijzonder en lijkt vanuit de lucht op spaken in een wiel. De riviertjes Amstel, Bullewijk, Waver en Oude Waver omsluiten de polder.