Stichting Oude gemaal de Ronde hoep Polder de Ronde Hoep Polderbemaling Ronde hoep Amstelland
Werking van het gemaal Restauratie oude gemaal de Ronde Hoep Routebeschrijving

Amstelland

In 1525 stelt Karel V het hoogheemraadschap Amstelland in, dat een groot deel van Amsterdam en het gebied ten zuiden van de hoofdstad moet beschermen tegen wateroverlast uit Utrecht en Rijnland.
 
In heel Amstelland zijn tegenwoordig dijken en pompen nodig om geen natte voeten te krijgen. Het gebied kent polders, droogmakerijen (uitgegraven veenpolders) en plassen. De meeste polders liggen ongeveer 2 tot 4 m onder N.A.P., de droogmakerijen soms meer dan 6 m. Alle omringende kanalen, vaarten en (veen)riviertjes hebben een waterpeil van ongeveer 0,4 m onder N.A.P. De plassen en meren hebben het peil van de polders, er zijn dus ook sluizen nodig. Overtollig water wordt geloosd via IJmuiden, naar de Noordzee.



Rond het jaar 1.000 ligt het land nog veel hoger, het veen steekt als ‘kussens’ meters boven de riviertjes uit. Regen en grondwater stromen via de Amstel en de Vecht naar het Almere, de latere Zuiderzee. In die tijd begint de ontginning van dit veen- en moerasgebied. Overtollig water stroomt via haaks op de riviertjes gegraven sloten en greppels af van de akkers; landbouw is mogelijk. Na het ontstaan van de Zuiderzee (1250) komt er eb en vloed op de riviertjes en wordt langs de riviertjes klei afgezet. Op de oeverwallen staan de boerderijtjes.
Door de kunstmatige afwatering zakt de bodem onvoorzien snel, ruim 5 mm/jaar. Op een gegeven moment ligt het veen net zo laag als het waterpeil in de riviertjes. Bij overstroming bieden terpen en dijkjes uitkomst.



Het land zakt verder en zo ontstaat het ‘omgekeerde landschap’. Het land steekt niet meer uit boven het water, maar de riviertjes liggen hoger dan het land. Dijkjes moeten het land beschermen tegen het rivierwater en de Zuiderzee. Dijkdoorbraken en overstromingen nemen toe; drooghouden van het land gaat steeds moeilijker. Veeteelt vervangt de akkerbouw.
Gezamenlijk dijk- en waterbeheer is noodzakelijk; het waterschap ontstaat. De uitvinding van de windmolen in de 16e eeuw biedt soelaas. Elke polder heeft op een gegeven moment minstens één windmolen (vaak ook meer). Vanaf het midden van de 19e eeuw vindt ook in het polderland een industriële revolutie plaats: gemalen vervangen de molens. Stoom- ,diesel- en elektragemalen doen hun intrede; pompen vervangen vijzels.

In de ‘Gouden Eeuw’ is er veel behoefte aan energie, voor verwarming en industrie (scheepsbouw en (laken)industrie). Het aanwezige veen levert die energie, als turf. Het geeft Nederland een enorm economisch voordeel. In veel Amstellandse polders wordt laagveen afgegraven, later zelfs uitgebaggerd. Polders veranderen in enorme plassen. Water levert niet veel op en dus leggen grondeigenaren de meeste veenplassen in de loop der jaren weer droog. Gevaar voor de omgeving, maar vooral landhonger maken zulke droogmakerijen economisch haalbaar.
Bekende droogmakerijen rondom de Ronde Hoep zijn: Bijlmermeer, Bovenkerkerpolder en Polder Groot-Mijdrecht. Sommige polders, zoals de Ronde Hoep zelf, zijn nooit uitgeveend. Niet-drooggemaakte veenplassen in Amstelland zijn onder meer Botshol en Vinkeveensche Plassen.





Contact
Nuttige links Stichting en donateurs